Blog

In discussie met Bryan Caplan; een pleidooi voor kwalitatief gestuurd hoger onderwijs

Door: | Gepubliceerd op 9 oktober 2018 | Aantal reacties: 0

In discussie met Bryan Caplan; een pleidooi voor kwalitatief gestuurd hoger onderwijs

De Amerikaanse econoom Bryan Caplan bepleit in zijn laatste boek 'The Case Against Education. Why the Education System is a Waste of Time and Money' dat hoger onderwijs een zeer dure manier is voor bedrijven en organisaties om potentiële werknemers te selecteren. Een dure exercitie die daarom maar beter niet meer moet worden gefinancierd. Ik denk dat Caplan hiermee veel te kort door de bocht gaat. En ik deze blog leg ik uit waarom.

Caplan baseert zijn conclusie op het feit dat er een enorme druk is ontstaan op mensen om zo veel mogelijk en zo hoog mogelijke diploma’s te halen. Steeds meer mensen gaan naar de universiteit; er is een internationale markt ontstaan waar al die studenten op zoek gaan naar betaalbaar hoger onderwijs met een haalbare toelatingsdrempel. Dit heeft tot gevolg dat universiteiten en hogescholen met dezelfde budgetten steeds meer studenten moet opleiden. Om werk te kunnen krijgen moeten mensen steeds meer diploma’s halen waardoor diploma-inflatie ontstaat; voor hetzelfde werk zijn steeds meer kwalificaties nodig.

Omdat mensen met meer middelen en capaciteiten veel beter in staat zijn om deze opleidingen te kunnen halen (o.a. door de aanschaf van hulpmiddelen zoals bijles, trainingen, technologie, etc.) wordt de kloof tussen hoog- en laagopgeleiden steeds groter.

Caplan bepleit dat het overgrote merendeel van de mensen hun hoge opleiding helemaal niet nodig heeft om hun werk te kunnen uitvoeren. Zo kan volgens hem iemand met alleen voortgezet onderwijs vaak prima een gemiddelde administratieve functie uitvoeren – een baan waar werkgevers graag universitair geschoolde mensen voor willen. Maar al die dure opleidingen dragen inhoudelijk nauwelijks iets bij aan die functies dus die kunnen wat hem betreft in principe worden afgeschaft. Of in ieder geval niet meer worden betaald door de samenleving. Ze fungeren namelijk voor het overgrote deel als een extreem dure en tijdrovende exercitie voor organisaties om de goede mensen te kunnen selecteren.

Het lijkt me zeer onverstandig om de financiering van het hoger onderwijs op te schorten. Onderwijs heeft namelijk een veel bredere functie dan mensen zo snel en zo vroeg mogelijk aan een baan te helpen. Onderwijs in het algemeen en hoger onderwijs in het bijzonder gaat om een brede vorming van je persoonlijkheid; om jezelf te ontwikkelen tot een weerbaar, ondernemend persoon die in staat is om eigen keuzes te maken, niet alleen op de arbeidsmarkt maar ook in de rest van het leven. Het vormt je bijvoorbeeld tot een participerend burger van de samenleving.

De fout die Caplan maakt, is dat hij veel te smal denkt over de waarde van onderwijs. Caplan reduceert deze waarde namelijk volledig tot economische waarde; tot een geldbedrag dat een persoon na een opleiding kan opbrengen voor zichzelf en voor de organisatie waar hij of zij werkt. Wanneer je op deze manier over onderwijs denkt – en je bent consequent - dan kun je ook alleen op een economische manier sturen en dan kan het inderdaad efficiënt zijn om de kosten van het onderwijs te decimeren. Of in ieder geval zo laag mogelijk te houden.

Ik heb al gezegd dat ik denk dat dit geen goed idee is. En ik denk dat er veel mensen zijn die deze mening delen. Dat wil echter niet zeggen dat Caplan geen punt heeft. Ook in Nederland is namelijk wel degelijk sprake van diploma-inflatie. Een belangrijke oorzaak van dit fenomeen is dat het hoger onderwijs wordt afgerekend op basis van hun output; op de hoeveelheid studenten die ze laten slagen. En dit is precies de economische manier van denken die Caplan beschrijft. Waar Caplan daadwerkelijk pleit voor een dergelijk benadering, denk ik dat we zijn argumentatie kunnen interpreteren als een waarschuwing. Een waarschuwing voor de gevolgen van een te smal begrip van waarde en te blijven sturen op output.

Het sturen op basis van resultaat leidt steeds meer tot diplomafixatie; de haast onstilbare honger om zoveel mogelijk en zo hoog mogelijke diploma’s te halen. En het idee dat hoger ook altijd beter is, is een fundamentele denkfout. Wanneer je een excellente vakman of vrouw hebt opgeleid op een praktische opleiding, zou je je namelijk moeten afvragen of het wel verstandig is om hem of haar verder te ontwikkelen tot een middelmatige theoreticus.

Een ander nadeel van het sturen op resultaat, is dat het een systeem is dat vrij gemakkelijk wordt geperverteerd; je wordt immers beloond wanneer je zoveel mogelijk mensen zo snel mogelijk een diploma geeft; en dat kan bijvoorbeeld door concessies te doen op de kwaliteit van het onderwijs.

Wanneer je stuurt op kwaliteit moet je op een andere manier gaan nadenken over de waarde die een opleiding toevoegt aan onze samenleving. Dan zal diezelfde excellente vakman, die doet waar hij goed in is en zich daar prettig bij voelt, veel meer waarde toevoegen dan wanneer hij op een middelmatig niveau bijvoorbeeld iets administratiefs zou doen.

Om te voorkomen dat het systeem wordt uitgehold en de kwaliteit van ons hoger onderwijs achteruitgaat, zouden we een breder begrip van waarde moeten gebruiken en sturen op kwaliteit in plaats van enkel output. Hierbij zou je moeten kijken naar de maatschappelijke waarde die een persoon oplevert wanneer hij of zij een aantal jaren aan het werk is. Hoeveel economische waarde? Hoeveel sociale waarde? En in hoeverre heeft zijn of haar opleiding daaraan bijgedragen?

Ik begrijp dat het enorm lastig zal zijn om deze bredere opvatting van waarde daadwerkelijk toe te passen. Want hoe bepaal je zoiets? Hoe moet je dit uitrekenen? Maar hoewel moeilijk, het is altijd nog beter dan een systeem waarin de kwaliteit van onderwijs voortdurend onder druk staat.

Plaats hier uw reactie

Reactie:
Naam*
E-mailadres*

Overzicht reacties

 |  |  >
Zoeken

Contactpersoon

 Huub Dekkers
Huub Dekkers
Algemeen directeur
06-21634408

Socialize met CINOP